|
In het kader van het schoolgezondheidsprogramma heeft de Stichting Regionale Gezondheids Dienst de verantwoordelijkheid over 236 basisscholen verdeeld over de kustvlakte van Suriname. Haar doelgroep wordt gevormd door scholieren variërend in de leeftijdsklasse 6 – 15 jaar.
Doel Het doel van het schoolgezondheidsprogramma is het in een vroeg stadium detecteren van afwijkingen die het leerproces van schoolkinderen, in de leeftijdsklasse van 6 – 15 jaar, negatief kunnen beïnvloeden. Deze afwijkingen kunnen zowel fysiek als psychisch zijn. Het Schoolgezondheidsprogramma heeft binnen de Stichting een bijzondere plaats ingenomen en als zodanig dan ook geplaatst in het rijtje van gezondheidsactiviteiten die dagelijks op - of vanuit de gezondheidscentra of basispoliklinieken worden uitgevoerd. In dit kader zijn verpleegkundigen en ziekenverzorgenden van de RGD getraind tot respectievelijk “schoolnurses” en “assistent schoolnurses. Op deze wijze is simultaan gewerkt aan de verhoging van de kwaliteit van de dienstverlening – en de structurering van het schoolgezondheids-programma. Tijdens de schoolbezoeken wordt de nadruk gelegd op: - het opsporen van aandoeningen die het leerproces zouden kunnen belemmeren (zoals vissusstoornissen)
- het tijdig signaleren van verborgen kwalen zoals orthopedische afwijken en gehoorstoornissen
- het doen behandelen van opgespoorde ziekten
- het geven van gezondheidsvoorlichting
- het geven van richtlijnen betreffende verwijzingen
Het schoolprogramma bestaat uit twee onderdelen te weten: Screening
Voor de screening wordt de school benaderd waarbij het schoolhoofd wordt ingelicht over het schoolonderzoek. Er wordt gevraagd naar maximale medewerking bij de uitvoering. Gevraagd wordt naar een geschikt lokaal (5 m lang en goede verlichting), meubilair en het doen invullen van diverse formulieren. Afhankelijk van informatie uit gesprekken met ouders/verzorgers,wordt een aanvang gemaakt met de screening. Jongens en meisjes worden afzonderlijk onderzocht naar de lichamelijke en psychosociale screening aspecten.
Afwijkende resultaten worden verwezen naar de arts of specialist doormiddel van een verwijs – en antwoordformulier. De ouders/verzorgers hebben als taak het schoolhoofd in kennis te stellen van de situatie van het kind en toe te zien dat ze verder behandeld worden. Het contact tussen schoolhoofd en schoolnurse wordt regelmatig onderhouden om de gezondheid van het kind te bevorderen en in stand te houden. Vaccinatie
De schoolnurse vaccineert de leerlingen volgens de voorgeschreven regels en ziet erop toe dat allen die in aanmerking komen wel degelijk worden gevaccineerd. Het vaccinatieboekje is voorzien van een polikliniekstempel en een handtekening van de schoolnurse. DE OPZET VAN UITVOERING VAN HET SCHOOLONDERZOEK
Voor de uitvoering van dit programma zijn er vaste schoolteams opgesteld, die consequent en effectief te werk gaan. VOORBEREIDING Om tot de uitvoering te komen wordt er eerst geïnventariseerd, welke scholen in een bepaald ressort gelegen zijn. Met het schoolhoofd komt er een voorgesprek, waarin uitleg wordt gegeven over het schoolonderzoek en wordt de gewenste medewerking hier kenbaar gemaakt. Bij het voorgesprek worden formulieren z.a. aanzegformulier, klassenlijst, leerlingensterkte formulier afgegeven. Tevens wordt er samen met het schoolhoofd gezocht naar een geschikt onderzoekslokaal. Het onderzoekslokaal moet: - Minimaal vijf meter lang zijn
- Vrij zijn van teveel geluidshinder
- Voorzien zijn van goede verlichting en ventilatie
- Aan het eind van het gebouw zijn ter voorkoming van onnodig op en neer geloop van kinderen
- Voorzien zijn van water en of een buitenkraan
- Meubilair bevatten
IMPLEMENTATIE
Voorafgaand aan het onderzoek worden ouders/verzorgers van de leerlingen opgeroepen voor een gesprek. Tijdens dit gesprek worden gegevens vanaf de geboorte van het kind opgevraagd. Bijvoorbeeld: - aangeboren ziekte,
- allergie voor medicamenten en
- medicijngebruik.
Hiervoor zijn er standaard schoolkaarten bestemd voor elke leerling. De informatie uit de gesprekken vormt de basis voor de screening van de leerling. Voor de screening is de inrichting van het onderzoekslokaal heel belangrijk. De inrichting houdt in: - het afschermen van een ruimte voor het routine lichamelijk onderzoek. Hierbij moet men erop letten dat er voldoende verlichting is.
- het aanbrengen van de meetlat met behulp van een hamer en een spijker. Het is noodzakelijk dat de meetlat loodrecht op de muur wordt aangebracht.
- het ophangen van de leeskaart op een goed verlichte plek zonder fel zonlicht erachter dus b.v. niet voor een raam. De afstand tussen cliënt en de leeskaart moet vijf meter bedragen.
- de weegschaal van tevoren testen en tussendoor de nulstand controleren.
- het klaarzetten van de benodigdheden; watten, desinfectans, nierbekkens, otoscoop, tongspatels, schrijfgerei, enzovoorts.
Na de inrichting wordt het schoolhoofd, aan wie de namen van de kinderen is doorgegeven, gevraagd deze in alfabetische volgorde te doen plaatsen. De jongens en de meisjes worden afzonderlijk onderzocht naar de lichamelijke en psychosociale screening onderwerpen. Bevindingen worden nauwkeurig vastgelegd op de schoolkaarten en bijgehouden op de lijsten.Bijzonderheden worden vermeld in de daarvoor bestemde lijsten nl.; de turflijst van aandoeningen ( statistiek formulier ) en de klassenlijsten. Afhankelijk van de ernst van de afwijking krijgen de leerlingen een verwijs – en antwoordformulier van de schoolnurse, via de leerkracht en of schoolhoofd. De schoolnurse geeft aan de leerkracht en eventueel het schoolhoofd de bevindingen door, zodat ze kunnen controleren als ouders reageren op de verwijzing. Zodra de leerlingen voor behandeling zijn geweest, krijgen zij een verklaring/brief mee, waarop de bevindingen en therapie van de arts of specialist staan. Deze verklaringen worden verzameld door het schoolhoofd, zodat deze de schoolnurse op de hoogte kan stellen. De schoolnurse haalt de verklaringen op en werkt de bevindingen direct bij in de daarvoor bestemde formulieren. De samenwerking tussen de schoolnurse en het schoolhoofd, met betrekking tot het kind als leerling, is om de afwijkingen beter aan te pakken waardoor de prestaties op school verbeterd kunnen worden. Het is een continu proces om de gezondheid van de leerlingen optimaal te houden en te bevorderen, want afwijkingen kunnen zich zoal vóór of na het schoolonderzoek voordoen. De leerlingen worden na de screening eventueel gevaccineerd, dit op basis van richtlijnen van het Nationaal Immunisatie Programma. De vaccinaties worden nauwkeurig bijgehouden om goede schoolvaccinatieverslagen te produceren. |